Logo Tolsma-Grisnich

Herkennen en beheersen van aardappelbewaarziekten

7 juli 2021

In de zomer periode weten we vaak nog goed hoe het voorgaande bewaarseizoen verlopen is. Ondertussen groeit de nieuwe oogst op het veld en kunnen we nog kleine aanpassingen uitvoeren voor de komende bewaarperiode die over enkele maanden weer begint. Naast de juiste bewaartechniek is het juiste gebruik minstens net zo belangrijk. Wanneer en hoe lang moet er gedroogd worden in welke situatie. Hoe snel kan de temperatuur naar beneden gebracht worden? En als er zieke knollen aanwezig zijn, hoe moeten we dan omgaan met drogen en koelen? In dit artikel, wordt informatie gegeven over de meest voorkomende bewaarziekten en hoe hiermee om te gaan als ze in de bewaring worden gesignaleerd.

Bewaarziekten zijn niet los te zien van de groeiperiode voorafgaand aan de bewaring. Omdat aardappelen in verschillende grondsoorten in verschillende klimaten worden geteeld, vaak onder irrigatie, proberen veel organismen te profiteren van de aardappelknollen als voedselbron. Dit kan door wilde dieren die de knollen echt opgraven om ze op te eten, maar meestal zijn de organismen die de geplante pootaardappelen aanvallen niet eens zichtbaar, maar hun aantal kan overweldigend zijn: bacteriën, schimmels, virussen, insecten en nematoden. Bij optimale klimaatomstandigheden kunnen bacteriën en schimmels ernstige schade toebrengen aan aardappelknollen, wat kan leiden tot rot of extra vochtverlies tijdens de bewaarperiode. Meestal zal het tijdens de bewaring niet echt grote problemen opleveren als er maar een klein percentage aangetaste knollen is. Maar tijdens specifieke fasen van de bewaarperiode kunnen de klimaatomstandigheden erg gunstig zijn voor een specifieke bacterie of schimmel om uit te breiden. In dit artikel gaan we in op een aantal aardappelziekten die voor serieuze problemen kunnen zorgen in de bewaarperiode. Sommige problemen zullen vaker voorkomen bij pootaardappelen en andere meer bij aardappelen voor de verwerking. Dit onderscheid moet worden gemaakt om twee redenen. De kwaliteitseisen die gesteld worden aan pootgoed zijn anders dan voor aardappelen voor de verwerking zijn anders bewaarcondities zijn anders. Dus hoewel we in beide situaties over aardappelen praten, moet er daarom over verschillende bewaarziekten worden gesproken.

Phytophthora

‘s Werelds bekendste aardappelziekte Phytophthora veroorzaakt door de schimmel phytophthora infestans kan knolinfecties veroorzaken zowel op het veld als tijdens de oogst / opslag. In natte en zware bodems is er een grotere kans op knolbesmetting. Knolbesmetting kan worden herkend door blauwachtige verkleuring op sommige plekken op de aardappelschil. Na enige tijd drogen de vlekken uit en wordt het oppervlak ruw en knobbelig. De kleur van het aangetaste weefsel verandert in roestkleur. De aantasting van Phytophthora in de knol wordt vaak opgevolgd door andere soorten rot (schimmels en bacteriën) die vochtlekkage veroorzaken. Door het gewicht / druk van bovenliggende knollen in de bewaring kan vocht gaan lekken uit aangetaste knollen. Dit vrije vocht is riskant omdat bacteriën en schimmels zich gemakkelijk kunnen verspreiden en andere gezonde knollen kunnen aantasten. De schimmels zullen op de aangetaste en natte plekken gaan sporuleren en door ventilatie wordt dit gemakkelijk over de bewaring verspreid. De verschillende stadia zijn niet altijd even goed te zien, dus als er tijdens de veldperiode een besmetting is geweest, is een grondige inspectie van de knollen voor (en tijdens) de oogst noodzakelijk om precies te weten welk percentage van de knollen is aangetast. Als dit te hoog is, is het misschien de beste beslissing om zo’n partij niet of in ieder geval slechts voor een zeer korte periode te bewaren. Afhankelijk van hoeveel aangetaste knollen de bewaring inkomen, kan Phytophthora onder controle worden gehouden door het lekkende vocht uit de knollen regelmatig weg te drogen. De aftakeling van de knol is een langzaam proces met Phytophthora en kan tot 20 weken aanhouden. Dit betekent dat continu drogen niet nodig en ongewenst is omdat het ook de gezonde knollen uitdroogt. Regelmatig drogen, bijv. twee keer per dag gedurende een uur, kan de omliggende knollen gemakkelijk droog houden en nieuwe sporulatie voorkomen.

 

Maar dit moet wel 20 weken lang gebeuren, wat betekent dat de aardappeltemperatuur zo hoog moet worden gehouden dat hiervoor altijd buitenlucht kan worden gebruikt. Koel dus niet te snel af. Koude aardappelen zijn altijd moeilijk te drogen. Wanneer er geen mogelijkheid is om met buitenlucht te drogen en de opslag is niet voorzien van een koelsysteem dient men in ieder geval te overwegen om de luchtvochtigheid te verlagen door het bevochtigingssysteem stop te zetten. Samen met ventilatie / circulatie zal dit in ieder geval de verdamping van vrij vocht ondersteunen. De aardappeltemperatuur moet onder de 15 ° C worden gehouden, omdat de optimale temperatuur voor schimmelgroei tussen de 15 – 20 ° C ligt.

 

Natrot- bacteriën

Aardappelknolrot of nat rot wordt veroorzaakt door bacteriën. Bij aardappel is het geslacht van de Erwinia-bacteriën een bekende naam die rot veroorzaakt bij aardappelen. Het probleem is dat deze Erwinia-bacteriën zeer besmettelijk zijn en lange tijd latent aanwezig kunnen zijn. De beste manier om problemen met natrot te voorkomen is het gebruik van gezond, gecertificeerd pootgoed en door er tijdens de teelt voor te zorgen dat overtollige regen snel wordt afgevoerd zodat zuurstofgebrek in de aardappelrug niet optreedt. Natte en anaërobe omstandigheden zijn ideaal voor deze groep Erwinia-bacteriën. Aardappelen gaan erg snel rotten en kunnen vocht gaan lekken waardoor er plassen op de vloer of in de ondergrondse luchtkanalen te vinden zijn. Nogmaals, inspectie voor de oogst van de aardappelen in de rug is het beste advies om opslagproblemen zoals genoemd later in het seizoen te voorkomen. Als er echter tijdens de oogst een beperkt aantal rottende knollen wordt aangetroffen, is het advies om de ventilatoren zo snel mogelijk aan te zetten! Het doel is om het vocht (80% van de knol) zo snel mogelijk te drogen. In feite is dit alleen mogelijk als de buitenomstandigheden geschikt zijn om koude lucht op te warmen met een verwarming om een ​​hoge droogsnelheid te creëren. Drogen kan alleen snel door koude buitenlucht te gebruiken die wordt opgewarmd door de warmte van de aardappelen en hierdoor ontstaat een groot vochtverschil  om vocht uit de rottende knollen op te nemen. Het nadeel is dat door het gebruik van koude lucht de aardappelen afkoelen en de droogsnelheid afneemt. Bijverwarming is dus nodig om de aardappelen op een zodanige temperatuur te houden dat er ook overdag voldoende mogelijkheden zijn om te drogen. Deze temperatuur moet rond de 15 ° C zijn, in ieder geval onder de 18 ° C, want dat is de optimale temperatuur van de Erwinia-bacteriën om zich te vermenigvuldigen. Er moet voor gezorgd worden dat het droogproces twee keer per dag wordt gecontroleerd en de klimaatcomputer wordt afgesteld op maximale droging, anders zal de situatie zich niet stabiliseren. Als de situatie stabiel is, blijft regelmatige inspectie noodzakelijk, want als er een periode van minder droging / ventilatie is, kan rot weer heel plotseling gaan uitbreiden. Dit maakt dat aardappelen als deze niet geschikt zijn voor langdurige bewaring.

 

Zilverschurft – schimmels

Bij pootaardappelen spelen andere ziekten een belangrijke rol. Dit komt doordat de pootaardappelen niet uitgegroeid zijn en vaak is de schil nog niet zo goed verkurkt wanneer de oogst al gestart is. Eén van de schimmels om op te letten is zilverschurft (Helminthosporium solani) die op vers geoogste aardappelen nauwelijks zichtbaar is, maar na een korte opslagperiode volop zichtbaar kan worden door een zilverachtige glinsterende glans op de aardappelschil. De schil wordt doorlatend en beschermt dan niet meer tegen verdamping van vocht, met als gevolg een hoog gewichtsverlies en krimpen van de knollen en verlies van vitaliteit. Maatregelen die in de bewaring kunnen worden genomen  om verspreiding van de ziekte te voorkomen is het voorkomen van vrij vocht op de schil, aangezien de schimmel zich dan zeer snel kan vermenigvuldigen. Het snel drogen (1-2 dagen) van het aanhangende vocht op de aardappelschil is de beste start van het bewaarseizoen en vervolgens het voorkomen van condensatie tijdens de hele bewaarperiode. Zilverschurft verspreidt zich niet bij lage temperaturen van 3-5 ° C zonder vrij vocht (r.v. <90%) dus dit wordt als bewaarklimaat geadviseerd bij gevoelige rassen.

 

Droogrot (Phoma-Fusarium)

In tegenstelling tot rot veroorzaakt door bacteriën waarbij knollen heel snel aangetast worden en gaan lekken, kunnen schimmels droogrot veroorzaken, zonder dat er vocht lekt. Enerzijds is dit een voordeel, anderzijds kan deze aardappelziekte een teleurstellende verrassing zijn als het sorteren en lezen van het product begint. Twee typische schimmels die droogrot veroorzaken zijn Fusarium en Phoma (Gangreen). Droogrot begint als kleine bruine vlekken op de huid, die zich ontwikkelen tot droog en rood weefsel  en uiteindelijk resulteert in een uitgedroogde en gemummificeerde knol. Verspreiding van deze schimmels kan worden geminimaliseerd door voorzichtig te oogsten en te zorgen voor een goede en snelle wondheling bij een minimumtemperatuur van 15 ° C gedurende 3 weken. Een onbeschadigde huid voorkomt dat schimmels (en bacteriën) in de knol komen en vocht uit de knol verdampt. Tijdens de bewaring verspreidt Fusarium zich bij hogere temperaturen (15-20 ° C), waar Phoma zich gemakkelijk vermenigvuldigt bij temperaturen <7-8 ° C b.v. in de mechanische koeling. Mede hierdoor komt deze bewaarziekte ook vaker voor bij pootaardappelen.

 

Advies van de bewaarspecialist

Aangezien er veel verschillende bewaarziekten zijn die niet zo eenvoudig van elkaar te onderscheiden zijn, moet een bewaarspecialist worden gevraagd om de situatie te inspecteren en de specifieke ziekte te identificeren, altijd samen met de teler die op de hoogte is van de groeiomstandigheden. Aangezien alle bewaarziekten ergens uit de pootaardappel of tijdens de veldperiode ontstaan, dient bij de bewaring gestreefd te worden naar het gezond houden van de nog niet aangetaste knollen tot het einde van de bewaarperiode. Met moderne klimaatcomputers en ventilatie-, verwarmings- en koelsystemen zijn de gereedschappen aanwezig om deze strijd te winnen. Kalm blijven en theorie omzetten in praktijk is de uitdaging!

Deze website maakt gebruikt van cookies. Meer informatie Accepteer