Logo Tolsma-Grisnich

Bewaartips voor aardappelen en uien

1 september 2015

Plaatselijk zorgt de vele neerslag voor vertraging en problemen met de oogst van aardappelen en uien. Extra aandacht bij het drogen en koelen van het ingeschuurde product is absoluut nodig om onnodige bewaarverliezen te voorkomen. Hieronder daarom een aantal bewaartips voor aardappelen en uien.

Bewaartips voor aardappelen

  1. Temperatuurverschillen en intern ventileren

Partijen gaan met uiteenlopende temperaturen de bewaring in. Hef de verschillen snel op door intern te ventileren en ga pas daarna koelen. Plaats de temperatuursensoren goed verdeeld over de partij. Plaats ook een voeler (bijvoorbeeld via de drukkamer) onder in de cel om de temperatuur onder in de partij te meten.

  1. Instellen bewaarcomputer bij gelijke temperatuur

Is de temperatuur uniform, maar is de partij nog niet droog? Droog dan verder met buitenlucht. Zet de bewaarcomputer op de stand ‘bewaarfase drogen of wondhelen’ zodat alleen met drogende lucht wordt geventileerd. Voorkom dat het product te snel droogt en sterk afkoelt. Dit beperkt de ventilatiemogelijkheden later bij warme dagen en nachten. Een goede wondheling gaat 30% sneller bij 15°C dan bij 12 °C. (20 in plaats van 30 dagen).

  1. Vochtige partijen drogen met kachel

Zet bij vochtige partijen of partijen die met veel grond binnenkomen, de ventilatoren continu aan om het vocht over de partij te verdelen. Met de luiken op automatisch wordt iedere mogelijkheid om met buitenlucht te ventileren benut en is er altijd luchtbeweging in en boven het product. De klimaatcomputer zorgt dat er op basis van temperatuur en relatieve vochtigheid alleen extern geventileerd wordt als de buitenlucht drogend is. Met een kachel erbij blijft het product op temperatuur.

  1. Lang genoeg ventileren bij doorwas

Heeft u een partij met doorwas? Zorg dan dat u voor het inschuren een goed beeld hebt van de glazigheid en het onderwatergewicht van de partij. Want dat is bepalend voor de bewaarbaarheid. Glazige knollen kunnen in de bewaring over een langere periode waterzakken vormen. Controleer regelmatig in de partij of de waterzakken ingedroogd zijn en voorkom dat gezonde knollen worden aangetast.

Bewaartips voor uien

  1. Temperatuurverschillen

Hef temperatuurverschillen in de uienhoop of kistenbewaring snel op. Plekken in de uienhoop met een lagere temperatuur duiden op meer vocht. Zodra de temperatuur op die vochtige plekken weer oploopt, drogen ook deze plekken goed op.

  1. Koprotschimmel de kop indrukken

Koprot breidt zich uit in het temperatuurtraject 22 tot 28 °C. Zet bij het opwarmen de kanaaltemperatuur bij voorkeur op ± 22 °C. De uien komen dan op 20 °C. Laat deze temperatuur afhangen van de weersomstandigheden. Bij hogere buitentemperaturen neemt de droogsnelheid af als de uien niet warm genoeg zijn. Drogen bij een te hoge temperatuur kan resulteren in kale uien en het maakt het inkoelen lastiger door een te lage RV in de partij.

  1. Relatieve vochtigheid sensor onmisbaar

Uien drogen kan niet zonder RV sensoren. Afhankelijk van de temperatuur bepaalt de vochtig-heidsensor of er wel of niet met drogende lucht geventileerd wordt. Vooral bij uien kan de RV in de bewaring sterk wisselen.

  1. Langer nadrogen bij zieke uien

Bij een temperatuur van ± 20 °C bereikt de RV in de bewaarplaats het niveau van 65 tot 70%. De uien ritselen als je er overheen loopt. Vanaf dat moment moet er nog drie weken continu geventileerd worden. De uien zijn pas echt droog als de nekken dun en droog zijn. Is er sprake van bacteriezieke uien, fusarium of watervellen, dan duurt het nadrogen langer. Inkoelen kan tijdens de droogfase. Hierdoor worden meer drooguren gemaakt en de RV beter gehandhaafd.

Deze website maakt gebruikt van cookies. Meer informatie Accepteer