Logo Tolsma-Grisnich

Droop tips voor uien

26 september 2016

Door de sterk wisselende temperaturen tijdens het inschuren kan een partij uien met grote temperatuurverschillen ingeschuurd worden. Het is belangrijk om die verschillen in de uienhoop snel op te heffen. Geef koprotschimmels geen kans en vermijd daarom een producttemperatuur tussen 22 en 25 °C. Lees alle droog tips van Tolsma-Grisnich.

Droog tips voor uien

1. Hef temperatuurverschillen in uienhoop vlot op

snapchat-6402775908079530438snapchat-5189720225039970028snapchat-920090649942300517

Door de sterk wisselende temperaturen tijdens het inschuren kan een partij uien met grote temperatuurverschillen binnen komen. Het is belangrijk om die verschillen in de uienhoop (en ook in kistenbewaring) snel op te heffen. Omdat er bij uien continu geventileerd wordt, zijn de temperatuurverschillen vaak snel verdwenen. De bewaaradviseurs van Tolsma-Grisnich hebben nuttige tips.

2. Temperatuurverschillen

Bij temperatuurverschillen in de uienhoop duiden de plekken met een lagere temperatuur op meer vocht. Zodra de temperatuur op die vochtige plekken weer oploopt, drogen ook deze plekken goed op. Ventileer dus eerst intern met de deur open om temperatuurverschillen weg te werken.

3. Koprotschimmel de kop indrukken

Zet bij het opwarmen van de kachels de kanaaltemperatuur bij voorkeur op ± 22 °C. Daardoor komen de uien op een temperatuur van 20 °C. Vermijd het temperatuurtraject van 22 tot 25 °C, want juist bij die temperatuur kan de koprotschimmel zich sterk uitbreiden. Als uien al met 30 °C binnen gekomen zijn zorg dan dat ze daar een aantal dagen op blijven of koel ze terug naar 20 °C. Let op dat ze niet in het traject van 22 – 25 °C blijven hangen.

4. Vochtigheidsensor onmisbaar

Een relatieve vochtigheidsensor is absoluut nodig bij het drogen van uien. In combinatie met temperatuursensoren bepaalt de vochtigheidsensor of er wel of niet met drogende lucht geventileerd wordt. Vooral bij uien kan de RV in de bewaring sterk wisselen. De vochtigheidsensor is dus een onmisbaar hulpmiddel.

5. Dunne en droge nekken

Bij een temperatuur van ± 20 °C bereikt de RV in de bewaarplaats na verloop van tijd het niveau van 65 tot 70%. De uien zijn dan uitwendig droog. Ze ritselen als je er overheen loopt. Zodra ze ritselen betekent het in de praktijk dat de uien nog drie weken continu geventileerd moeten worden. De uien zijn pas echt droog als de nekken dun en droog zijn.

5. Vocht in de laatste huid

Een andere manier om te contoleren of de uien goed droog zijn is door de huiden af te pellen en te kijken of er nog vocht aanwezig is in de laatste huid. Is deze laatste huid nog vochtig, dan zijn de uien nog niet goed droog.

Meer weten? Neem contact op met uw bewaaradviseur!