Logo Tolsma-Grisnich

Verder in de bewaring na een bijzonder groei- en oogstseizoen

21 november 2016

Verder in de bewaring na een bijzonder groei- en oogstseizoen

De oogst- en weersomstandigheden zijn tijdens de oogstperiode behoorlijk wisselend geweest. Van niet kunnen rooien door de droogte tot uien laden in de ochtend omdat het in de middag te warm en te droog was. Hierdoor zijn diverse partijen met sterk uiteenlopende temperaturen de bewaring in gekomen. Telers die er voor gezorgd hebben dat de temperatuurverschillen in de partij snel verdwenen zijn door intern ventileren hebben een goede start gemaakt met de bewaring.

In dit artikel geven we waardevolle tips voor het instellen van de bewaarcomputer waardoor het rendement van de bewaring wordt verhoogd.

Aardappels

Rustig inkoelen

Zijn de aardappelen droog en is de wondhelingsfase voorbij? Ga dan verder met inkoelen. Koude nachten zijn hiervoor uitermate geschikt. Let er op dat te snel inkoelen invloed kan hebben op het gehalte reducerende suikers en daarmee de bakkwaliteit. Voorkom dit door de maximale afkoeling per dag te begrenzen tot 0,6 °C per dag. Regelmatig verversen met buitenlucht houdt het CO2 gehalte op een gemiddeld laag niveau (3000 ppm). Hierdoor ontstaat er geen verslechtering van de bakkwaliteit door het vormen van reducerende suikers.

Partijen met rot

In situaties waar toch nog rot aanwezig is kan met behulp van een kachel bij koude nachten uitstekend gedroogd worden. Laat de bewaarcomputer dan op de fase drogen staan. Door iedere dag b.v. 1 uur te drogen met een kachel is het alleen een kwestie van ‘bijhouden’ en wordt voorkomen dat lekvocht uit b.v. phytophtora of natrot knollen andere gezonde knollen aantast. Het is belangrijk dergelijke partijen niet te ver in te koelen om voldoende mogelijkheden te houden om met koudere buitenlucht te kunnen drogen. Let hiervoor goed op de verwachte minimum temperaturen en stel de minimum kanaaltemperatuur 2 °C hoger in.

Condensvorming bij winterse omstandigheden

Wanneer de buitentemperaturen lager worden kan er tijdens perioden met vorst bij een slecht geïsoleerde bewaarplaats condensvorming ontstaan. De relatieve luchtvochtigheid in een aardappelbewaarplaats is hoog (± 95%) en hierdoor ontstaat bij een temperatuurdaling van iets meer dan 1 °C al condensvorming. Dit treedt vaak als eerste op bij luiken of stalen spanten. Voorkom dit door te zorgen voor circulatie boven het product en verwarm de lucht een beetje bij tot de lucht weer de temperatuur van de aardappels bereikt heeft.

Uienbewaartips

Droog belangrijker dan koud

De uienoogst heeft in veel gevallen bij prachtig warm weer plaatsgevonden. Het opwarmen met kachels kon in een aantal gevallen hierdoor achterwege blijven. Zodra ook de nek van de uien droog is, kan het aantal draaiuren van de ventilatoren beperkt worden en kan (bij gezonde partijen) overgeschakeld worden naar de fase bewaren. Voorkom een te lage relatieve luchtvochtigheid waardoor er kans bestaat op het ontstaan van kale uien. Als het inkoelen beperkt wordt door een erg lage relatieve luchtvochtigheid is het soms noodzaak om met kleinere temperatuurverschillen in te koelen dan normaal.

snapchat-6402775908079530438

De uiteindelijke bewaartemperatuur van de uien moet zo gekozen worden dat de uien op een constante temperatuur bewaard blijven. Een constante bewaartemperatuur (± 6 – 8 °C) die net boven de nachttemperaturen ligt resulteert in een constant laag vochtgehalte van rond de 75-80%. Bij dit bewaarklimaat groeien eventueel aanwezige schimmels en bacteriën niet verder.

Wortelbewaartips

Luchtcirculatie

Ook bij wortelen is voldoende luchtcirculatie belangrijk voor een goede start van het bewaarseizoen. Een zorgvuldige stapeling van de kisten met voldoende ruimte tussen de kistenstapels is hiervoor een vereiste! Begin met snel inkoelen tot ± 6 °C wanneer het product warm binnenkomt. Vertraag daarna het inkoelen tot de uiteindelijke bewaartemperatuur. Dit geeft de wortel rust en zo kan er ook nog wondheling plaatsvinden.

Houd CO2 in de gaten

Afhankelijk van de producttemperatuur bij het inschuren is het ook van belang om het CO2-gehalte niet te hoog te laten oplopen: hoge producttemperaturen zorgen voor een enorme CO2 productie ten  opzichte van product in rust bij 1 °C. Als er geen verversingsventilatoren aanwezig zijn, kan het ook  een oplossing zijn om een deur op een kier te zetten tijdens het inkoelen.